Kerk Benningbroek

Kerk Benningbroek

Het witte kerkje van Benningbroek
De kerk van Benningbroek is in vele opzichten plaatsbepalend: landschappelijk, cultureel-historisch en als plaats waar ruimte is voor gemeenschappelijke beleving van vreugde en verdriet, voor bezinning en gebed, voor herinnering en verwachting.
Historische gegevens:
De kerk is gebouwd in de 16e eeuw.
Jaartallen op een sluitsteen (1548) en op de klok (1525) wijzen daar op.
Ook de toren, die in de 19e eeuw geheel is vernieuwd, heeft al oude papieren.
Op de tuimelbalk staat een verminkt jaartal: 179.
Op 19 januari 1846 kwam een reparatie aan de toren van Benningbroek in de gemeenteraad aan de orde.
Geraamde kosten  f 400,00.
Werkelijke kosten  f 575,63.
In 1860 weren er weer problemen met de toren en moest opnieuw een flinke onderhoudsbeurt ondergaan.
Voor  f 350,00 werd aan de plaatselijke timmerman P. Buis de opdracht verstrekt.
Een vroegere naam van de kerk is: “St. Petrus in Banden toegewijd”.
Dat de kerk aan St. Peter is opgedragen valt ook op te maken uit één van de versieringen  op een sluitstuk.
Daar zien we een sleutel: het symbool van Petrus.
In welke perioden het geheel is ontstaan kunt u zien in de tekening.
De consistoriekamer, tegenover de oostwand, is dus een “late” toevoeging.
 
Het interieur:

In de kerk bevindt zich een gave, zwart gelakte eiken preekstoel.
Op het achterschot daarvan staan een wapen, een naam en een jaartal: Jacobus Pennokius 1661.
Ook een houten voorzangerslessenaar dateert uit dat zelfde jaar.

De klok:

Het opschrift van de klok luidt:
“JHESUS MARIA JOHANNES GHERARDUS
DE WOU ME FECIT ANNO DOMINI MCCCCCXXV’.
De stem van deze klok heeft meer dan 450 jaar meegeklonken in het leven van de bevolking van Benningbroek.

De restauratie:

Een totale restauratie van de gehele kerk zou zeker enige jaren vergen.
De financiën vormen een probleem, maar restaureren is niet uitgesloten.
Het is dan ook de bedoeling om de kerk in eerste instantie aan de buitenzijde zodanig te verstevigen dat gevaar voor instorting en verder verval kan worden voorkomen.
In opvolgende fasen kunnen van de binnenzijde het schilderwerk en interieur worden aangepakt.
Naast externe subsidieverschaffers staat de hervormde Gemeente voor de taak om een forse bijdrage te leveren aan de restauratie.
Naast bijdragen van rijk (aanvraag in 1969), provincie en gemeente is die van de plaatselijke bevolking en oud-plaatsgenoten hard nodig.
Aanvraag van subsidie werd opnieuw gedaan in 1986 (na enige malen zonder resultaat).
Restauratie 1e fase van oktober 1987 t/m juli 1988.
Restauratie 2e fase van juli 1994 t/m augustus 1995.
Restauratie 3e fase van september 2000 t/m voorjaar 2002.
Op 16 juni 2002 werd de kerk weer in gebruik genomen.
De laatste restauratiefase was in jan/febr. 2003.
Toen werd de consistorie en de entree hersteld.
De muren van het kerkje zijn wit geverfd.
Een knoestige oude boom naast het toegangshek.
Een stenen pad leidt naar de oude deur.  
Aan de zuidzijde van de kerk is het kerkhof.
Een eenvoudige, gemetselde grafsteen in de kerkmuur is beschreven met:

“Hier leydt begraven
Bouwen Pilgromsoon
van ’t Hogelant
is ghestorven
den 18 february
Anno 1628”

Een afbeelding toont een man op een paard met twee kleine kinderen ernaast dat wat lijken op te vangen.
Het verhaal dat erbij hoort is:
't Hoge Land
Bouwer Pilgromszoon is een boer op ’t Hoge Land, een grote hooggelegen boerenplaats aan een weggetje met dezelfde naam.
Hij komt terug van de markt in Hoorn en zijn beide kinderen wachten op hem.
Misschien heeft vader iets voor hen meegenomen?
Kijk, daar komt hij aan!
Ze rennen hem al schreeuwend en joelend tegemoet, zwaaiend met hun armen!
Als ze vlak bij het paard zijn, steigert het.
Schrikt van hun lawaai en drukke bewegingen?
Wie zal het zeggen?
Het paard raakt de beide kinderen zo ongelukkig dat ze dood neervallen.
Als herinnering aan deze dramatische gebeurtenis is het voorval in steen uitgebeiteld.
 

terug