Kerk Sijbekarspel Kerk Sijbekarspel

Historie van de kerk in Sijbekarspel
De kerk van Sijbekarspel dateert waarschijnlijk uit de eerste helft van de 12e eeuw en was van oorsprong een vereenvoudigde uitgave van de Michaelskerk in Wieringen.
Het was een kerkzaal gebouwd in de richting “oost-west”, met aan de oostkant, achter de preekstoel, een iets langer en smaller koor.
In 1815 is het grootste deel van de kerk afgebroken, maar de voeting en de dichtgemetselde muur laten zich moeiteloos terugvinden.

13e tot de 17e eeuw:
De muren werden in de 12e eeuw opgetrokken van turfsteen die door het gewicht gemakkelijk waren aan te voeren en te verwerken.
Ze werden ter plaatse op maat gezaagd en de afvalstukken werden gebruikt als opvulsel tussen de buitenmuur en de spouwmuur.
Waarschijnlijk hebben er romaanse venters in gezeten zoals die ook te zien zijn in sommige Friese kerkjes.
In de 15e eeuw werd er een bakstenen toren met spits voorgezet.
Rond 1547 was het dak waarschijnlijk aan een grondige vernieuwing toe en men nam gelijk de gelegenheid te baat om de muren één meter hoger op te trekken om de huidige gotische ramen te kunnen plaatsen.
In het sluitstuk boven de preekstoel wordt het jaar 1547 aangegeven.
In ongeveer 1567 hielden pastoor en parochianen het voor gezien en braken met de kerk van Rome.
Het moet in die tijd een verwarring zijn geweest op godsdienstig terrein.
Katholieken die hun tradities niet zomaar lieten varen, Gereformeerden die zeiden: “we zoeken het zelf wel uit” en een gedeelte van de
Doopsgezinden als een stabiliserende factor daar tussenin wisten gezamenlijk de Spaanse troepen in de slag op de Zuiderzee en het beleg van Alkmaar buiten de deur te houden.

17e tot de 20e eeuw:
In de 17e eeuw vond een dominee, die net van de universiteit kwam, dat het Mariabeeld met het kindje Jezus in haar armen niet in de kerk thuishoorde.
Het beeldje ging er uit en in de plaats daarvan kwamen koperen kaarsenkronen.
De handgesneden panelen van de preekstoel dateert ook uit die tijd.
We zien in het voorste paneel het wapen van Sijbekarspel.
In de andere panelen de wapens van Hoorn, Enkhuizen, Medemblik en Alkmaar.
De koperen doopboog en een klok zijn een geschenk  van de Gemeentesecretaris uit 1687.
In 1728 tekende Cornelis Pronk de kerk.
In opdracht van een Amsterdamse koopman trok hij door Holland om van ieder dorp en elke stad een tekening te maken.
Het werd een aantrekkelijk plaatje, maar voor de juistheid moeten we vraagtekens plaatsen.
Nergens, niet in de grond of in de achtermuur, zijn sporen terug te vinden van een verhoogd koor.
Wel is er iets bekend over de werkwijze van Pronk.
 In de zomer trok hij door het land om schetsen te maken en in de winter werkte hij ze thuis uit.
Dat was nog wel eens zijn zwakke punt.
Hij nam het niet zo nauw met de juiste uitwerking maar maakte er een mooi plaatje van.
In de 18e eeuw gebeurt er weinig met het kerkgebouw.
Begin 19e eeuw werd het koor achter de kerk afgebroken vanwege de slechte staat en de achtermuur dichtgemetseld.
Ook de toren begon gebreken te vertonen.
De stenen zaten los en reparatie was te duur.
Toen werd de huidige dakruiter als vervanger op het dak gezet.
Het ontwerp hiervan was van kantoor Waterstaat Medemblik die ook het ontwerp voor de pastorie maakte.

20e eeuw:
De huidige klok werd in de jaren '40-'45 van de 20e eeuw (met vele lotgenoten) op transport gezet naar Duitsland om daar omgesmolten te worden voor de oorlogsindustrie.
Maar de spoorwagon vol klokken werd in Groningen naar een onopvallende plaats gereden en overleefde dit avontuur.
Het uurwerk dateert nog uit de tijd dat het eenvoudiger was om er één wijzer aan te zetten; alleen voor de uren.
“Niet zeuren over dat laatste kwartier”.
De buitenmuren werden "brakkig", de turfsteen was voor een deel al ingeboet met baksteen en om het geheel weer toonbaar te maken werd de gehele buitenkant met cement bepleisterd.
Restauratie:
Tijdens de tweede wereldoorlog werden de eerste plannen gemaakt om tot een restauratie te komen.
Dit werd gerealiseerd in de jaren 60 van de 20e eeuw.
Monumentenzorg vond dat de cementlaag er weer afmoest waardoor de oude muur weer te voorschijn kwam, maar was nog “rabbeliger’ als voorheen.
De buitenmuren werden weer toonbaar gemaakt door er rondom oude handgevormde steentjes tegen te metselen.
De ingang werd verplaatst naar de westmuur onder de toren door.
Ook de binnenkant werd gerestaureerd.
Het doophek met zijn gietijzeren spijlen verdween, waardoor er meer ruimte kwam voor concerten.
De muren werden weer opnieuw bepleisterd, het houtwerk geschilderd en er kwam een verplaatsbaar doophek uit Avehorn.
Keuken en kerkenraadkamer:
In 2009 werd de keuken, de toiletten en de kerkenraadkamer grondig aangepast.
De keuken verhuisde naar de kerkenraadkamer en werd in een kast ingebouwd.
Het 1e toilet werd opgeknapt en in de opslagruimte bij de ingang werd een gehandicaptentoilet geplaatst.